Verslag Conferentie Leermiddelen in de 21ste eeuw2017-02-05T23:59:28+00:00

Op 5 februari 2014 organiseerde de GEU een conferentie over leermiddelen in de 21ste eeuw. Locatie was De Caballero Fabriek in Den Haag. Behalve circa zestig schoolbestuurders uit PO en VO waren ook vertegenwoordigers aanwezig van het Ministerie van OCW, PO-raad, VO-raad, Kennisnet, Schoolinfo en de Onderwijsraad. Doel van de dag is om samen met educatieve uitgeverijen te kijken naar de kansen en mogelijkheden die huidige en toekomstige leermiddelen bieden. Al in het openingsgesprek wordt de agenda van de toekomst duidelijk. Hoe kunnen we in dialoog de vraag van de scholen en aanbod van de uitgevers nog beter op elkaar aan laten sluiten? En hoe kunnen goede kwaliteit leermiddelen voor gepersonaliseerd leren tegen een goede prijs worden geboden?

Dialoog is nodig voor een doorbraak

GEU-Voorzitter Harold Rimmelzwaan licht in de opening van de conferentie een top 10 toe van uitkomsten uit een recente interviewronde met schoolbestuurders. De mismatch tussen vraag en aanbod blijkt een van de meest genoemde punten. Daarnaast scoort de behoefte aan flexibiliteit, (verdere) standaardisatie en gepersonaliseerd leren hoog. Opvallend is dat bestuurders en stakeholders in de volle breedte tevreden zijn over de recente ontwikkelingen binnen de GEU. Tegelijkertijd valt op dat men uitgeverijen als rem én als accellator van digitalisering ziet. Rimmelzwaan benadrukt dat de GEU serieus in gesprek wil over deze onderwerpen en ziet de conferentie daartoe als een uitstekende start.

Gepersonaliseerd onderwijs … maar zonder gek te worden

Vier vertegenwoordigers van de GEU én vier vertegenwoordigers van schoolbesturen uit PO en VO gaan vervolgens onder leiding van dagvoorzitter Donatello Piras in discussie over enkele stellingen. Het publiek geeft de voorkeur aan twee stellingen. De eerst besproken stelling is de volgende: het aanbod van uitgevers sluit niet aan bij de vraag naar gepersonaliseerd leren. Pieter Hendrikse (OMO) beschouwt het aanbod van uitgevers als een hangmat, daar waar Stephan de Valk (portefeuillehouder VO van de GEU) de leermiddelen liever als trampoline of springplank ziet. Jan Timmers (Signum) voegt de kwalificatie ‘methodeslaaf’ toe en geeft tegelijk aan dat sommige onderdelen van methodes niet uit het cellofaan komen. Timmers bepleit een meer onderwijsinhoudelijke benadering door de leraar, namelijk ‘of pagina 17 uit de methode doeltreffend is voor het bereiken van het leerdoel’. Ook gaat de discussie over het failliet van het klassikaal systeem en de vraag hoe je je onderwijs kunt organiseren zonder gek te worden als je te maken hebt met bijna twintig handelingsplannen.

Sleutel tot verandering: uitgever, bestuur, leraar of leermiddel?

Maar wie is verantwoordelijk voor het realiseren van gepersonaliseerd leren? De uitgeverij, het bestuur, de leraar of misschien zelf het leermiddelen? En wie vormt het onderwijs? Het antwoord op de laatste vraag is unaniem: dat is de leraar. En aan het bestuur is het de taak om leraren te laten doen waar zij goed in zijn. Of zoals Hans Kelderman (Aloysius) zegt: ‘Geef de leraar zijn vak terug. Met een kernachtig aanbod van lesmateriaal is de leraar beter in staat naar het kind te kijken.’ Guus Hagt (Baudartius) voegt daaraan toe dat de leraar zelf moet kiezen in plaats van te vertrouwen op kant-en-klare oplossingen.

Geeske Steeneken (portefeuillehouder ICT namens GEU) nuanceert de discussie. Want wat is eigenlijk precies de behoefte van de leraar? En hoe kan het dat leraren aangeven niet zonder bestaande leermiddelen te kunnen, zelfs als die soms in cellofaan verpakt blijven? En wat is ‘massa’ (voor iedereen) en wat is ‘maatwerk’ (voor individuen) binnen het concept van massamaatwerk? Uitgevers benadrukken dat hiervoor een intensieve dialoog met het veld noodzakelijk is. Schoolbestuurder Guus Hagt voegt daar het belang van een dialoog binnen de school aan toe: wat heeft de docent nodig om aan zijn behoefte tegemoet te komen. Namens de GEU geeft Anneke Blok haar ervaringen in het PO weer: “Er is al veel ten goede veranderd in de afstemming tussen school en uitgevers. Daarmee gaan we door, we willen er samen met gebruikers uitkomen.”

Alleen samen kunnen deze belangrijke vragen naar gepersonaliseerd leren dus het beste beantwoord worden. Herhaaldelijk valt het woord transitie. Het besef dat dit niet gerealiseerd wordt van vandaag op morgen, maar dat er al flinke stappen zijn gezet in de laatste jaren, daar moeten het veld en de aanbieders in dialoog mee verder gaan. Harold Rimmelzwaan geeft aan dat communicatie de sleutel zal zijn, en dat we moeten proberen weg te blijven van het kip-en-eiverhaal. Dat kan alleen als we samen verder met elkaar optrekken.

Digitalisering leermiddelen: grote sprongen voorwaarts maar ook ruggen tegen elkaar

De stelling dat digitale leermiddelen een kostenpost zijn en geen investering blijkt onder de aanwezigen te leven. Enkele bestuurders geven aan à la carte te willen bestellen, niet het hele menu. Ook benadrukken zij de kosten van de ict-infrastructuur  en de moeite om al het materiaal te ontsluiten. Hoe dan ook, ‘een stevige visie’ is op dit punt vereist. Geeske Steeneken beschrijft namens de GEU hoe snel de ontwikkelingen gaan: “Steeds meer leerlingen hebben de toegang in hun zak”. Maar tegelijk zijn er ook leerlingen die op school of thuis zijn aangewezen voor de toegang tot digitaal materiaal. Hoe dan ook, het materiaal moet gegarandeerd werken, en dat vraagt ook van de school om stevig beleid. Zowel uitgevers als bestuurders herkennen de transitiefase waarin het onderwijs zich nu bevindt, maar dat het nu ook de hoogste tijd is om de vraagsturing te versterken. Het Programma van Eisen (PvE) voor leermaterialen, zoals door PO- en VO-raad met hulp van Kennisnet ontwikkeld, is een stap in de goede richting. De uitgevers hebben ondertussen grote sprongen voorwaarts gezet met digitaal leermateriaal en het is nu tijd dat aanbieders van leermateriaal niet met de ruggen naar elkaar zitten. Er is een duidelijke roep van bestuurders om meer gezamenlijkheid bij uitgevers in het aanbieden van lesmateriaal zodat beter digitaal onderwijs binnen handbereik is. Harold Rimmelzwaan herkent deze sterke behoefte aan gemeenschappelijk platforms voor digitaal leermateriaal. De GEU wil ook hier graag over in gesprek met bestuurders, uiteraard binnen de mogelijkheden (en beperkingen) die de wet en regelgeving van de ACM hier biedt.

Twaalf workshops, twaalf routes naar digitaal en gepersonaliseerd leren

In twaalf workshops gaan educatieve uitgevers het gesprek aan met de bestuurders en de vertegenwoordigers van het onderwijsveld en beleid. De presentaties gaan in op het digitale aanbod van uitgevers én op de aanvullende dienstverlening. Ook wordt geschetst hoe met profiling en recommendation gepersonaliseerd leren steeds dichterbij komt. Of hoe leraren digitaal gefaciliteerd worden in hun individuele vakbekwaamheid. In twee mindmaps zijn de kernpunten van alle workshops in steekwoorden samengevat.

In de wrap-up aan het eind van de conferentie vallen twee conclusies op. Digitaal en gepersonaliseerd leren is de stap die onderwijsveld en uitgevers nu samen kunnen en moeten maken. En de leraar is de spil; besturen en uitgevers moeten de leraar in belangrijke mate faciliteren. Deze vaststelling resulteert in enkele concrete suggesties. Werk publiek-privaat samen aan de geïdentificeerde thema’s in het doorbraakproject Onderwijs en ict. Gebruik de driehoek van leraren, bestuurders en uitgeverijen om belangrijke stappen verder te komen. Blijf voortdurend intensief met elkaar in gesprek, bijvoorbeeld in de vorm van deze conferentie. En tot slot: voer de gesprekken realistisch en ga uit de van de haalbare werkelijkheid. Bekijk de mindmap voor een weergave van de wrap-up.

Lees verder: