Educatieve uitgeverijen vinden het heel belangrijk dat de privacy van leerlingen en leraren altijd goed gewaarborgd is. Privacy in relatie tot leermiddelen is dan ook een van de belangrijkste aandachtsgebieden van de GEU. Het werken met digitale leermiddelen is alleen mogelijk wanneer de privacy van zowel leerling als leraar gegarandeerd is. Uitgeverijen garanderen de privacy door goede afspraken te maken met scholen, hen zo duidelijk mogelijk te informeren en de gemaakte afspraken zorgvuldig uit te voeren.

In het ‘Convenant Digitale Onderwijsmiddelen en Privacy –Leermiddelen en toetsen’ zijn afspraken gemaakt tussen (vertegenwoordigers van) aanbieders van leermiddelen en scholen. De school bepaalt hoe persoonsgegevens worden verwerkt; dat is de essentie van dit convenant. Via bewerkersovereenkomsten worden deze afspraken van toepassing verklaard op de relatie tussen scholen en educatieve uitgeverijen.

In deze afspraken wordt bijvoorbeeld geregeld voor welke doeleinden de gegevens worden verwerkt en dat educatieve uitgeverijen altijd zorg zullen dragen voor een goede beveiliging van persoonsgegevens.

Bekijk het GEU Privacyreglement

Veelgestelde vragen

Uitgeverijen zijn hard aan de slag met de implementatie van de afspraken uit het convenant en de Model Bewerkersovereenkomst, die als bijlage bij het convenant hoort. In de loop van het schooljaar 2015/2016 worden de overeenkomsten in de praktijk gebruikt.

Het gebruik van digitale leermiddelen kent voor leerlingen en leraren grote voordelen. Het maakt het mogelijk om meer maatwerk te bieden aan leerlingen, een wens die breed door scholen, de sectorraden en ook politiek gedeeld wordt in Nederland.

Met digitale leermiddelen kunnen leerlingen zich via de computer of tablet bepaalde lesstof eigen maken. Door in te loggen op digitale leermiddelen is het mogelijk voor een leraar om te zien wat een leerling met de lesstof gedaan heeft en wat het resultaat daarvan is.

Voor verwerking van persoonsgegevens binnen leermiddelen is een onderwijsinstelling de ‘Verantwoordelijke’ in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens. De onderwijsinstelling heeft en houdt daardoor zeggenschap over de gegevens. Uitgeverijen zijn ‘Bewerkers’ die uitvoering geven aan een specifieke opdracht van de school. Deze opdracht bestaat hoofdzakelijk uit verwerkingen ten behoeve van het (met gebruikmaking van het leermiddel) geven en volgen van onderwijs en het begeleiden en volgen van leerlingen. Daaronder valt bijvoorbeeld ook de beoordeling van leer- en toetsresultaten om als leerling leerstof te kunnen krijgen die is afgestemd op specifieke leerbehoeften.

In het privacyconvenant wordt geregeld dat de persoonsgegevens van kinderen alleen worden verwerkt voor specifieke doeleinden, zoals voor het gebruik van het leermiddel en het geven van onderwijs. Concreet betekent dit dat bijvoorbeeld een leraar kan zien wat een kind met lesstof heeft gedaan en wat het resultaat daarvan is. De persoonsgegevens van kinderen worden door educatieve uitgeverijen niet voor andere doeleinden gebruikt. In het convenant wordt daarnaast geregeld dat persoonsgegevens van leerlingen niet langer worden bewaard dan noodzakelijk is.

Persoonsgegevens worden dus nooit doorverkocht en kunnen ook niet worden gebruikt voor aanbiedingen of reclame. Dat is niet alleen vastgelegd in het privacyconvenant, maar ook in het interne en bindende privacyreglement van de GEU.

De school levert aan de uitgeverij de namen van de leerlingen die gebruik moeten kunnen maken van het digitale leermiddel, zodat voor deze leerlingen de leermiddelen kunnen worden geactiveerd. Deze aanlevering geschiedt via versleutelde verbindingen, en op basis van afspraken die worden gemaakt in de bewerkersovereenkomst die van toepassing is op de relatie tussen de school en de uitgever. Nadat deze gegevens zijn aangeleverd, kunnen leerlingen inloggen op hun eigen digitale leermiddelen en is het mogelijk voor een leraar om te zien wat een leerling met de lesstof gedaan heeft en wat het resultaat daarvan is.

Leraren verwachten dat digitale leermiddelen hun inzage geven in wat een leerling gedaan heeft en wat het resultaat daarvan is. Om dit te kunnen realiseren, moet een digitaal leermiddel leerlingen kunnen herkennen. Wanneer leerlingen anoniem zouden inloggen, dan is het niet mogelijk voor een leraar om te zien wat een leerling gedaan heeft en wat het resultaat daarvan is. Het zijn dan immers anonieme gegevens.

In het privacyconvenant wordt geregeld dat de persoonsgegevens van kinderen alleen worden verwerkt voor specifieke doeleinden, zoals voor het gebruik van het leermiddel en het geven van onderwijs. Concreet betekent dit dat bijvoorbeeld een leraar kan zien wat een kind met lesstof heeft gedaan en wat het resultaat daarvan is. De persoonsgegevens van kinderen worden door educatieve uitgeverijen niet voor andere doeleinden gebruikt.

Educatieve uitgeverijen zetten zich via het Doorbraakproject Onderwijs & ICT samen met scholen in om in de toekomst te werken met een pseudoniem in de leermiddelenketen om de privacy verder te bevorderen.

Nee, de persoonsgegevens van kinderen worden door educatieve uitgeverijen niet verstrekt aan derden, tenzij dit volgt uit een wettelijke verplichting of gebeurt in duidelijke opdracht van de school voor bijvoorbeeld de uitwisseling met een leerlingadministratiesysteem. In de bewerkersovereenkomsten is ook geregeld dat de onderwijsinstelling zeggenschap heeft en houdt over de gegevens.
De verwerking van persoonsgegevens binnen leermiddelen vindt plaats op basis van goede afspraken die in het privacyconvenant zijn uitgewerkt. Educatieve uitgeverijen en de overige aanbieders van leermiddelen zijn daarnaast met de sectorraden via een daarvoor opgericht ketenplatform in gesprek over de toepassing en naleving van de afspraken in de praktijk. Daarnaast houdt het College bescherming persoonsgegevens toezicht op de naleving van de wettelijke regels voor bescherming van persoonsgegevens.
Wanneer u daadwerkelijk wilt dat een school stopt met het gebruik van digitale leermiddelen, dan verzoeken wij u dat aan de school te laten weten, omdat binnen de school gebruik wordt gemaakt van het digitale leermiddel en de school verantwoordelijk is voor de verwerking van persoonsgegevens.
Educatieve uitgeverijen ontwikkelen vanaf het schooljaar 2015/2016 voor hun producten zogenaamde ‘Privacy Bijsluiters’. Deze bijsluiters bevatten informatie over onder meer welke gegevens worden verwerkt en voor welke doeleinden deze gegevens worden verwerkt. Uitgeverijen houden zich daarbij aan de afspraken die zijn gemaakt in het privacyconvenant.

Het belangrijkste en eerste aanspreekpunt is de school van uw kind. De school kan u vertellen welke leermiddelen waarvoor worden gebruikt.

Scholen kunnen met betrekking tot vragen of klachten over het gebruik van digitale leermiddelen uiteraard altijd terecht bij de educatieve uitgeverij. Zij vertellen graag meer over de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het gebruik van digitale leermiddelen op school.

 

Lees meer over privacy bij het NUV