(een videoverslag van de conferentie volgt)
Stephan de Valk over innovatie: ‘Uitgevers en scholen hebben elkaar nodig voor innovatie.’
Stephan de Valk benadrukt in reactie op Frank Kalshoven de thema’s waarop uitgevers binnen de GEU deze innovatie gestalte geven. De Valk wijst op de kansen die de Wet Gratis Schoolboeken en het aanbesteden bieden. Ook speelt digitalisering een cruciale rol bij innovatie om zo het door Kalshoven geschetste massa maatwerk mogelijk te maken. Scholen kunnen daarbij hun voordeel doen met de mix van methodisch, open en zelfgemaakt leermateriaal. Bij deze innovatie van leermiddelen noemt De Valk drie aandachtspunten: een scherpe formulering van de behoefte van scholen (vraagarticulatie), afstemming van de eisen van schoolleiders en docenten, en tot slot afstemming van de wensen op het budget. De Valk wijst erop dat de directe samenwerking tussen uitgevers en school, zoals bij Landstede, voor het onderwijs van grote innovatieve waarde kan zijn.
Conclusies
In de wrap up van de conferentie verzamelt Victor Dekoninck onder de aanwezigen de belangrijkste conclusies.
Conclusie 1: versterk de dialoog tussen scholen en uitgevers
Een belangrijke conclusie is dat scholen anders naar de producenten van leermiddelen moeten gaan kijken. In een dialoog met uitgevers kunnen scholen sterker profiteren van uitgevers dan tot dusver het geval was. In de voorbereiding op een aanbesteding mag en kan deze dialoog vrij gevoerd worden via marktconsultaties.
Conclusie 2: onderzoek andere manieren van aanbesteden
Een schoolleider geeft aan dat veel tijd verloren is gegaan doordat scholen te lang aan de leiband van distributeurs en de VO-raad hebben gelopen. Scholen moeten meer vertrouwen op hun eigen visie en kracht zodat ze zelf bij een aanbesteding het beste resultaat krijgen voor de beste prijs.
Conclusie 3: betere afstemming vraag en aanbod
Het verkrijgen van goede leermiddelen vereist intensieve communicatie. De tijd van ‘u vraagt, wij draaien’ is voorbij. Vraag en aanbod kunnen alleen nauw op elkaar aansluiten als de partijen elkaar opzoeken.
Conclusie 4: beschouw leermiddelen als investering
Belangrijker dan de vraag wat een leermiddel kost, is de vraag wat een leermiddel oplevert. In deze benadering doet de vorm van het leermiddel er ook niet meer zo toe. Digitaal of papier maakt niet uit, als het resultaat maar optimaal is. Bovendien is het budget voor kwalitatieve verbeteringen niet gelimiteerd tot zo’n 320 euro per leerling per jaar maar is de ruim 7.000 euro per leerling het uitgangspunt.
Conclusie 5: toon onderwijskundig leiderschap
Een duidelijke visie van een schoolmanager is prachtig maar levert weinig op als deze visie niet breed in de school gedragen wordt, door middenmanagement én door docenten. Daarom geldt voor leermiddelenbeleid, ketenoptimalisering en digitalisering uiteindelijk een belangrijke randvoorwaarde: onderwijskundig leiderschap.
Slotpresentatie: Advocaat David Orobio de Castro over veranderingen in de aanbesteding van leermiddelen
In zijn presentatie schetst David Orobio de Castro een korte geschiedenis van het aanbesteden van leermiddelen. Hij brengt in herinnering dat bij de Wet Gratis Schoolboeken niet voorzien was dat scholen vervolgens Europees zouden moeten gaan aanbesteden. Orobio de Castro wijst erop dat je bij aanbesteden uiteindelijk altijd krijgt wat je vraagt. Aanbesteden ging in het Amsterdam van enkele eeuwen geleden bijvoorbeeld niet veel anders. Zolang een kaars brandde, kon iedereen zich inschrijven voor een opdracht. Deze opdracht ging uiteindelijk altijd naar de laagste bieder. Orobio de Castro schetst vervolgens dat je uit een aanbesteding meer kan halen dan alleen een financieel voordeel. Hulpmiddelen als ‘de ‘concurrentiegerichte dialoog’ en ‘de gids proportionaliteit’ zijn handige instrumenten om ook kwalitatief voordeel te behalen bij een aanbesteding van leermiddelen.